Uit de krant: Natuurbegraven steeds nadrukkelijker in beeld
27 februari 2026
De landelijke en regionale pers besteedde deze maand uitgebreid aandacht aan de opmars van natuurbegraven. In zowel De Limburger als De Telegraaf publiceerde journalist Pieter van Erven Dorens een reportage waarin natuurbegraven wordt neergezet als een snelgroeiende en volwaardige vorm van lijkbezorging. De boodschap is helder: natuurbegraven is niet langer een alternatief in de marge, maar een serieuze concurrent van cremeren en traditioneel begraven.
Explosieve groei
De cijfers illustreren die ontwikkeling. In 2014 werden nog geen vierhonderd mensen per jaar begraven op een natuurbegraafplaats; inmiddels zijn dat er jaarlijks tien keer zoveel. Ook het aantal locaties nam sterk toe: het aantal natuurbegraafplaatsen is “explosief gegroeid naar ruim veertig”. In De Telegraaf wordt natuurbegraven expliciet aangeduid als “serieuze concurrent voor het traditionele kerkhof en crematorium”. Daarmee wordt onderstreept dat natuurbegraven zich definitief heeft gevestigd als derde categorie binnen de uitvaartsector. Ook in De Limburger wordt het omschreven als “een derde categorie naast traditioneel begraven en cremeren”.
Eeuwige grafrust en opgaan in de natuur
In de reportages komen zowel Natuurbegraafplaatsen van Waarde als Natuurbegraven Nederland uitgebreid aan het woord. Chris Schreve benadrukt dat vooral de combinatie van eeuwige grafrust en het groene karakter mensen aanspreekt. Het belangrijkste verschil met een regulier graf is dat er op termijn geen zichtbaar spoor overblijft; slechts een afbreekbare markering, zoals een houtschijf, duidt tijdelijk de plek aan. Zoals hij aangeeft: “Na de laatste begraving geven we het terrein terug aan de natuur. Het is dus maar tijdelijk een begraafplaats”. Roy van Boekel-Gosens van Natuurbegraven Nederland plaatst natuurbegraven eveneens nadrukkelijk naast de bestaande vormen van lijkbezorging. “Het bezoek aan een graf wordt zo een wandeling in de natuur. Vanuit die gedachte zijn natuurbegraafplaatsen ook begonnen. Het is een derde categorie naast traditioneel begraven en cremeren”. Beide ondernemers signaleren dat mensen bewust kiezen en vaak al bij leven een plek reserveren, onder meer om nabestaanden te ontzorgen.
Professionalisering en borging
De artikelen laten ook zien hoe de sector zich heeft ontwikkeld. Zo worden graven nauwkeurig vastgelegd met coördinaten tot op de centimeter. Van Boekel beschrijft hoe Natuurbegraven Nederland eeuwige grafrust juridisch borgt via een kwalitatieve verplichting bij het Kadaster, waarmee opvolgende eigenaren de bestemming moeten respecteren. Dit wordt gepresenteerd als onderdeel van de bredere ontwikkeling waarbij natuurbegraven niet alleen inhoudelijk, maar ook juridisch en organisatorisch steeds steviger is verankerd.
Daarnaast komt de koppeling met natuurontwikkeling nadrukkelijk aan bod. Via natuurbegraafplaatsen worden landbouwgronden en productiebossen omgevormd tot natuur. Daarmee dragen deze initiatieven bij aan duurzaam landschapsbeheer.
Volwassen en toekomstbestendig
Wat vooral opvalt in beide publicaties is de toon: natuurbegraven wordt niet langer gepresenteerd als een idealistisch experiment, maar als een structurele en groeiende keuze. Nieuwe locaties worden ontwikkeld, bestaande terreinen raken vol en ook in dichtbevolkte regio’s wordt gezocht naar ruimte.
Voor BRANA bevestigt deze media-aandacht dat natuurbegraven zich heeft ontwikkeld tot een volwassen en toekomstbestendige vorm van lijkbezorging. De groeiende populariteit én de positionering als serieuze concurrent van crematie en traditioneel begraven markeren een duidelijke verschuiving in hoe Nederland naar afscheid en laatste rust kijkt.
Natuurbegraven is daarmee stevig verankerd in het maatschappelijke debat als duurzame, volwaardige keuze voor een nieuwe generatie.